Armenië is een beetje een gekke eend in de bijt in de regio. Het heeft als enige land geen directe toegang tot een waterlichaam en de landsgrenzen zijn voornamelijk met Azerbaijan, die ze niet heel gunstig ligt. De enige twee landsgrenzen die wel open zijn, zijn die naar Iran en Georgië. Vanuit de oudheid is Rusland een beetje de beschermheer van de Armenen, ook deels omdat ze dezelfde religie hebben (Oost-Orthodox). Je ziet daarmee ook nog genoeg Russen en Iraniërs rondrijden. Overigens rijden er veel gekken op de weg en word je te pas en te onpas voorbij gescheurd. Het is een beleving op zichzelf, gelukkig zijn er ook vele stukken waar het veel rustiger is om te rijden.
Gezien het feit dat de religie hier goed aanwezig is, zie je vanuit de oudheid ook een hele voorraad aan kloosters. Op de eerste dag moest ik helaas wat kloosters aan me voorbij laten gaan, maar eerlijk gezegd heb ik dat wel weer ingehaald. Vanuit Sevan vertrok ik na een goed ontbijt richting Tatev, met een tussenstop bij de Shaki watervallen. Ik dacht dat dit nog een goed stukje hiken was, maar na een paar honderd meter vanaf de auto was ik er al. Toch goed om even de benen te kunnen strekken na een uurtje of 3 in de auto

Na dit relatief korte intermezzo en nog een paar Italianen geholpen te hebben met hun kiekje, stapte ik weer in de auto richting Tatev, of beter gezegd, The Wings of Tatev. Dit is een kabelbaan van 5,7km lang en als ik het mag geloven ook de langste ter wereld (dat zouden velen graag willen zeggen!). Vooral het uitzicht vanuit de kabelbaan is geweldig om te zien, op een gegeven moment zit je toch een ruime 300m boven de grond en schommelt dat ding van voor naar achteren. Het schijnt dat dit is aangelegd door Zwitsers, dus laten we die dan maar vertrouwen. Het klooster bovenop is op zichzelf niet verkeerd, maar niet heel bijzonder.


Na deze gevleugelde ervaring was eigenlijk het idee dat ik nog een stuk verder naar het oosten zou rijden, richting Goris om daar nog iets van een hike in de natuur te doen. Het was echter al wel wat aan de latere kant en eigenlijk zou ik dan alleen daar gaan slapen. Het voordeel van op jezelf zijn is dat je de keuze vrij snel kan omdraaien en het hotel in Goris annuleert en alvast 2 uurtjes richting het noord-westen rijdt om de dag erna niet zo lang weer in de auto te hoeven zitten. De overnachting viel toen op het plaatsje Jechegnadzor. Ik moest nog wel ergens een versnapering zoeken, maar er was eigenlijk vrij weinig te vinden in deze ghosttown. Ik kreeg zelfs een beetje Pripyat vibes toen ik door het centrale parkje liep. Er waren gelukkig nog wel mensen aanwezig. Uiteindelijk vond ik een beetje uitgestorven tentje waar ze geen Engels spraken, maar het gehele gesprek eerder ging als ‘Shoarma?’ ‘Shoarma!’, waarna ik ongeveer 5 euro in Armeense Dram neerlegde en iets minder dan de helft terugkreeg.

Na een overnachting was het tijd om richting Yerevan te rijden, met nog 2 tussenstops. Allereerst na een klein half uurtje rijden kwam ik aan bij Noravank, wederom een klooster. Mooi in het gebergte (ookwel de kleine Caucasus genoemd), eerlijk gezegd vrij weinig meer over te vertellen. Hetzelfde geldt voor het tweede klooster op de rit, een stuk dichter bij Yerevan, de Khor Virap. Op de achtergrond is de bekende heilige berg de Ararat te noemen. Enige jammere is dat deze net over de grens in Turkije ligt, dat zit de Armeniërs toch iets minder lekker.


Goeie platen wel!!
LikeLike
Goeie platen wel!!
LikeLike
Goeie platen wel!!
LikeLike
Goeie platen wel!!
LikeLike
Goeie platen wel!!
LikeLike