Na een hoop gehobbel kwam ik aan bij de echte Caucasus, wat toch gauw boven de twee duizend meter ligt. Via de Georgian Military Road ging ik op pad naar Kazbegi, of recentelijk ook wel Stepantsminda genoemd. Het is een schitterende weg om overheen te rijden. Nahja, de omgeving is schitterend, de weg is om te janken. Vol met gaten en smalle geitenpaadjes. Aangezien dit ook de hoofdweg is naar Rusland, zijn er kilometers lange rijen van vrachtwagens die de grens over willen. Die staan dus ook lang stil, wat betekent dat aan de rechterkant de weg geblokkeerd is met deze vrachtwagens en je er zelf al spookrijdend voorbij mag. Zo nu en dan kom je een tegenligger tegen en moet je je weer inschuiven tussen de vrachtwagens. Enorm goed om je rijvaardigheden weer bij te werken, aangezien je tussendoor ook nog moet opletten op het slechte wegdek. Na een tijdje kom je bij de tunnels aan, die 3,5m breed zijn, die zorgen nog voor wat extra beleving (ook volledig zonder belichting).

Na een spannende en enerverende rit kwam ik aan net buiten Kazegi bij een ander Mountain resort, maar volgens mij was ik de enige gast, want je kon er een kanon afschieten en niemand raken. Meer dan prima goede kamer, dus even tijd om wat uit te rusten van weer een spannend ritje. De dag erna stond in het thema van de omgeving verkennen, met een mooie hike naar de Drievuldigheidskerk van Gergeti. Je kon er ook naartoe rijden, maar ik dacht een beetje beweging kon geen kwaad. Met de eerste 300m a 30%, heb ik toch getwijfeld om om te keren, maar uiteindelijk toch maar doorgezet. Een relatief korte maar steile klim, met een mooi uitzicht van de natuur en het dorpje in de vallei.


Veel is er niet te beleven in het dorpje, de regio is wel veel bedoeld voor het uitzicht en hiken te maken. Zo ben ik aan de andere kant van het dorp nog omhoog gegaan (ditmaal wel met de auto), om nog een uitzicht op de kerk te hebben en de berg erachter, de Kazbek (op zo’n 5km hoogte). Schitterende natuur en lekker schone lucht om bij te komen.

