Nadat Yerevan ontdekt was, was het weer tijd om op te gaan richting GeorgiĂ«. Via de tweede stad van ArmeniĂ«, Gjoemri, reed ik richting de grens bij Bavra. Overigens blijft het mij verbazen hoe idioot de mensen hier blijven rijden, naast het feit dat alle politieauto’s standaard met hun zwaailichten aan rijden. Enfin, Gjoemri heb ik vooral doorgereden en gaf ook wel weer een Sovjetvibe. Bij het naderen van de grens kwam ik nog een zwaar bewapende groep soldaten tegen. Ik kon het niet helemaal goed zien, maar ik had wel begrepen dat er nog zo’n vier duizend Russische soldaten zich bevinden in ArmeniĂ«, waarvan zo’n duizend aan de grens.
Aangekomen bij de grens ging het vooral voorspoedig, ik was vrij snel door de Armeense kant heen en kon zonder te wachten gelijk door bij de Georgische. Ik moet wel zeggen dat de taalbarrière wederom goed aanwezig was, want de camera bij de Armeense zijde haperde en om de moed iets luchtiger te houden probeerde ik nog een grapje te maken met ‘Technology’ die werd beantwoord met ‘haha Armenia Technology’. Nadat een hoofd bobo een paar keer goed geschud had met de camera werkte het opeens en mocht ik door. Buiten even nog mijn tassen door de x-ray te gooien, waarna ik een duimpje kreeg van de persoon achter het scherm, was ik wederom GeorgiĂ« in.

Aangezien het anders weer een erg lange rit zou worden, zou ik als tussenstop slapen in Borjomi, in een zogenaamd Mountain resort. Maar daarvoor ging ik nog langs bij Vardzia, een oud grottencomplex wat eigenlijk eerst een soort stad in de rotsen was en fungeerde als een veilige vesting voor de lokale bevolking rond 1200. Eigenlijk veel er niet veel te beleven dan hier een beetje doorheen hiken en af en toe een terugblik te hebben naar de Vietcong aangezien sommige tunnels dusdanig laag en smal waren en bij sommige trappen er gewoon gaten inzaten.
Na deze korte hike kwam ik dus aan bij het Mountain Resort, waar het grote hekwerk werd geopend en ik aangewezen werd waar ik kon parkeren. So far so good, maar de rest van het grote betonnen complex zag er verlaten uit. Gelukkig was er wel iemand bij de receptie om mij in te checken en kon ik naar m’n kamer. Aangezien het resort afgelegen was kon ik daar ook dineren, maar eigenlijk was dat alleen op een blaadje aangegeven en was het gewoon een buffet met een aantal zaken. De dag erna was het ontbijt ook weer soortgelijks en bij het uitchecken was er niemand bij de balie aanwezig en was er een soort bewaker die aangaf dat je je pas op de balie kon leggen, want daar lagen al een aantal passen. Bijzondere is dat ik dus niet bij het inchecken heb betaald noch is er van m’n kaart iets afgeschreven. Ik ben benieuwd of ze nog iets in rekening gaan brengen.



Na de overnachting vertrok ik richting Gori, de geboorteplaats van Ioseb Dzjoegasjvili, of misschien beter bekend onder de naam Jozef Stalin. Een man die aardig wat op z’n kerfstok heeft, maar zijn oorsprong wel heeft in GeorgiĂ«! In Gori hebben ze in het centrum een park naar hem vernoemd met een beeld erin, en een heus gebouw/museum aan hem gewijd. Hij is in zekere zin nog zeker wel geliefd on de bevolking hier. In het museum is het ook een ware ode aan de beste man en hoe hij is opgegroeid van kleine jongen tot grootse leider van de Sovjet-Unie. Jammer wel dat de meeste informatie enkel in het Georgisch of het Russisch te lezen was. Dus de verhalen moest ik er zelf maar bij bedenken. Grappige is nog wel dat ze op de begane vloer nog wel een klein kamertje hebben toegewijd met ‘Ohja, hij heeft nog 2 miljoen mensen gezuiverd en vele mensen in oorlogen laten omkomen’.

Niet ver van Gori af was nog Uplistsikhe, wederom een stad in de rotsen geformeerd. Hij schijnt een van de oudste ‘samenlevingen’ van GeorgiĂ« te zijn geweest. Eigenlijk was er zelf vrij weinig informatie te lezen ter plekke, dus vooral de benen gestrekt in dit rotsrijke plaatsje voordat ik de tocht zou vervolgen naar de echt Caucasus, waarover meer in de volgende post!
